Een plek om te broeden

Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek riepen 2025 uit tot ‘het jaar van de torenvalk’. Door extra aandacht in de vorm van onderzoek en beschermingsactiviteiten wordt er ingezet op betere leefomstandigheden voor deze vogels in het landelijk gebied. (bron: Vogelbescherming Nederland)

Beter leven

Met het Omgevingsfonds van het Drijvend Zonnepark Berenplaat is er geld vrijgekomen om de leefomstandigheden van deze roofvogel te verbeteren. In opdracht van de Werkgroep Roofvogels Hoeksche Waard zijn er zo’n 30 nestkasten geplaatst, verspreid over de Hoeksche Waard. In samenwerking met deze bevlogen werkgroep heeft één kast een plekje gekregen op Zomerlanden. De kasten komen niet van ver. Studenten van het MBO praktijkschool VSO op Zuid hebben de kasten samengesteld. We hopen dat dit in de toekomst een mooie broedplek wordt voor deze bijzondere vogels en daarmee bijdraagt aan de biodiversiteit van Zomerlanden.

Dirk Goudswaard van WRHW hangt de nestkast op op Zomerlanden.
Dirk Goudswaard van WRHW

Werkgroep Roofvogels Hoeksche Waard

De WRHW onderzoekt de verspreiding en het broedsucces van de roofvogels in de Hoeksche Waard. De resultaten van dit onderzoek gaan naar verschillende organisaties zoals onder andere de WRN (Werkgroep Roofvogels Nederland), Sovon, de ringcentrale, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Sinds begin 2010 vertegenwoordigt de WRHW de Werkgroep Slechtvalk Nederland in Zuid-Holland en verzamelen ze zo veel mogelijk gegevens over broedgevallen van slechtvalken in Zuid-Holland.

Torenvalk in beeld

In Nederland was de torenvalk lange tijd de meest voorkomende broedende roofvogel. Tegenwoordig is die plek overgenomen door de buizerd. Door gebruik van landbouwgif daalden de landelijke aantallen van de torenvalk rond 1960. Na een verbod op dat landbouwgif leefde de torenvalk weer even op. Helaas gaat hij sinds ongeveer 1990 opnieuw achteruit, met kleine oplevingen tijdens veldmuisrijke jaren. Tegenwoordig is nog maar een kwart over van de aantallen van halverwege vorige eeuw. Steeds intensiever grondgebruik maakt grote delen van het boerenland ongeschikt voor torenvalken.

De torenvalk bouwt zelf geen nest. In Nederland broedt hij tegenwoordig vooral in speciale open of halfopen torenvalkkasten met turf erin. Ook in nissen in gebouwen en in het buitenland op rotsrichels en in rotsspleten. De broedtijd is tussen april en juli.  Het vrouwtje broedt vrijwel alleen; heel af en toe komt het mannetje op de eieren zitten. De jongen zijn vliegvlug na 27-35 dagen, maar worden vaak nog wekenlang gevoerd. (bron: Vogelbescherming Nederland)

Geplaatst in Natuur